Eén op de zeven studenten heeft een lichamelijke of psychische beperking of chronische ziekte. Als docent ziet u veel studenten; veel meer dan de studentendecaan. Ook heeft u zicht op de prestaties en bijvoorbeeld afwezigheidfrequentie van een student. Hoe kunt u studenten met een functiebeperking leren herkennen?
Het is goed om te bedenken dat studenten met een functiebeperking daar liever niet mee te koop lopen. Ze zullen er zelf niet snel tegenover u over beginnen. Zij zijn zich dus zelf wel bewust van hun beperking, maar vaak niet van de regelingen en voorziening waar ze recht op hebben.
Als u een vermoeden heeft dat een student recht heeft op die voorzieningen, kan het helpen om hem of haar er naar te vragen en te wijzen op mogelijke voorzieningen.
Symptomen
Elke beperking is anders, maar er zijn veel voorkomende symptomen.
De student:
- is vaak afwezig
- heeft problemen met zijn of haar concentratie
- is gevoelig voor stress
- heeft relatief veel tijd nodig
- levert werk af van nogal wisselende kwaliteit
Onzichtbare handicaps
Een handicap hoeft niet overduidelijk te zijn om voor problemen bij de studie te zorgen. Juist de 'onzichtbare' handicaps worden vaak niet onderkend.
Denk bijvoorbeeld aan:
- concentratieproblemen
- chronische vermoeidheid
- beperkingen in het bewegen
- beperkt uithoudingsvermogen
- dyslexie
- langdurige pijn
- psychische klachten
|