Home button
Studenten werven Opleiding mobiliseren Informatie en expertise Begrippen Regelingen Gegevens wijzigen
 
Wettelijke regelingen en voorzieningen

De rechten van studenten met een functiebeperking zijn op verschillende manieren gewaarborgd. Hieronder een opsomming, gebaseerd op de verschillende rechtsgronden. Zie de pagina’s onder ‘Je rechten’ voor een indeling naar studieactiviteit.

  1. Recht op deelname onderwijs
  2. Recht op Studiehulpmiddelen
  3. Recht op extra tentamentijd/tentamen in aangepaste vorm of aparte ruimte
  4. Alternatieve manieren van college volgen
  5. Vervangende opdracht, compensatie door ander vak, alternatief voor practica, veldwerk of stage
  6. Aanpassing Studierooster
  7. Aanwezigheidsplicht
  8. Toegankelijkheid lesmateriaal
  9. Recht op studiebegeleiding en dienstverlening door studentendecaan
  10. Recht op rekening houden met persoonlijke omstandigheden bij weging van de studieresultaten
  11. Recht op financiële voorzieningen bij studievertraging
    - extra jaar studiefinanciering
    - afstudeersteun
    - tijdens studie arbeidsongeschikt
    - 30 jarigen maatregel
    - niet afstuderen
    - verlenging diplomatermijn
    - recht op nieuwe studiefinanciering voor nieuwe studie
  12. Aangepaste Studentenhuisvesting
  13. ADL (=Activiteiten Dagelijks Leven) in onderwijsinstelling
  14. Aangepast vervoer
  15. WAJONG-uitkering
  16. Recht op aangepast diploma

1. Recht op deelname onderwijs
Elke ingeschreven student heeft recht op deelname aan het onderwijs, het afleggen van tentamens, toegang tot bij de instelling behorende inrichtingen en verzamelingen en gebruik te maken van ten behoeve van studenten getroffen voorzieningen (WHW art 7.34 lid 1a, b, c en d).

Het is onderwijsaanbieders verboden onderscheid te maken tussen studenten bij het verlenen van toegang tot het onderwijs, het aanbieden van onderwijs, het afnemen van toetsen tijdens en het afsluiten van onderwijs dat gericht is op toetreding tot en functioneren op de arbeidsmarkt (WGBh/cz art 1, art 2 en art 6).

Onderwijsaanbieders moeten onder meer benodigde aanpassingen verrichten, tenzij deze een onevenredige belasting zouden vormen. Op grond van dit recht op gelijke behandeling kunnen studenten dus aan hun onderwijsinstelling vragen doeltreffende aanpassingen te treffen.  

link naar het begin van de pagina

2. Recht op Studiehulpmiddelen
Studenten met een functiebeperking hebben recht op studiehulpmiddelen via de Uitvoeringsinstelling Werknemers Verzekering (UWV). Relevante wetgeving is te vinden in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
De uitvoerende instantie voor de Wet REA is UWV. De aanvraag loopt via het dichtstbijzijnde UWV-kantoor van de gemeente waar de student staat ingeschreven. De UWV bepaalt de soort, de vorm en de mate van de voorziening. Verstrekking van de vergoeding altijd aanvragen vóór de aanschaf van het hulpmiddel. Soms wordt een medische verklaring gevraagd. Een keuring door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige maakt deel uit van de procedure.

Bij veel functiebeperkingen zijn technische hulpmiddelen noodzakelijk om de studie te kunnen volgen. Soms is daarbij het advies van een ergotherapeut, Regionaal Centrum voor Blinden en Slechtzienden, Audiologisch Centrum of van het Instituut voor Revalidatie Vraagstukken nodig. Hulpmiddelen kunnen worden aangevraagd bij een Uitvoeringsinstelling Werknemers Verzekering (UWV). Veel studenten met een functiebeperking zijn gebaat bij een laptop met een rsi-softwarepakket. In een aantal gevallen is de AWBZ (ziektekostenverzekeraar) het aanspreekpunt. De studentendecaan kan helpen bij de aanvraag.

Studenten die problemen hebben bij het lezen of het hanteren van zware boeken of moeite met concentreren op schriftelijke teksten, moeten tijdig de omzetting van de lesstof regelen in een aangepaste leesvorm zoals braille, gesproken taal of digitale info.

Soms moeten tabellen en grafieken inzichtelijk gemaakt worden. Mogelijk kan de opleiding bij les- en informatiemateriaal in digitale vorm of in grootletterdruk ter beschikking stellen. De ‘Anders lezen-bibliotheken’ (FNB), is voor studerenden een belangrijke bibliotheek. De Federatie van Nederlandse Blindenbibliotheken www.fnb.nl, kan lectuur omzetten. Dit kost vaak maanden. Rond de zomervakantie zijn er veel aanvragen, dé reden om zo snel mogelijk de literatuurlijst of het studiemateriaal beschikbaar te krijgen.

2.1 Studiehulpmiddelen via onderwijsinstelling:
Studiehulpmiddelen (voorzieningen en aanpassingen)voor het onderwijs- en examenprogramma ( digitale versies van tentamens, vergrotingen voor dyslectici, aparte tentamenfaciliteiten e.d.) moeten besproken worden met de studieadviseur/-coördinator en/of de studentendecaan.

2.2 Computervoorzieningen  Wet REA / via UWV.

  • Draagbare computer met brailleleesregel; scanner met basissoftware.
  • voor de blinde studenten.
  • Draagbare computer met tekstvergroting en een scanner als accessoire bij de verstrekte computer zodra de noodzaak van regelmatig gebruik kan worden aangetoond.Voor de slechtziende student.
  • Draagbare computer eventueel met aanpassingen voor student met een motorische beperking.
  • Er worden geen computervoorzieningen verstrekt door het UWV aan studenten met dyslexie.

link naar het begin van de pagina

3. Recht op extra tentamentijd/ tentamen in aangepaste vorm of aparte ruimte
WHW / OER
Het Onderwijs- en Examenreglement (OER) en de studiegids van de opleiding moeten beschrijven op welke momenten, op welke wijze, welke leerstof getentamineerd wordt. Studenten hebben recht op het afleggen van tentamens op een wijze die voor hen geschikt is. Er zijn veel mogelijkheden voor aanpassingen van tentamens in vorm, duur en tijdstip.

Bij aanpassingen van tentamens, vervangende opdrachten, compensatie door een ander vak of alternatief voor practica, veldwerk of stage moet bekeken worden of de student niet afwijkt van het ‘normale’ onderwijsprogramma. Voor het behalen van een diploma moet hij of zij voldoen aan de kernkwalificaties van een opleiding of de wettelijke beroepsvereisten.

De onderwijsinstelling is verplicht in de onderwijs- en examenregeling (OER) van de opleiding vast te stellen ‘de wijze waarop lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte studenten redelijkerwijs in de gelegenheid worden gesteld tentamens af te leggen’ (WHW art.7.13 lid 2m). 
Veel onderwijsinstellingen hebben vastgelegd dat studenten niet alleen recht hebben op aanpassing van de tentamentijd (en aanpassing inleverdatum van een opdracht waarvoor studiepunten worden gegeven) maar ook op het afleggen van tentamens in een aangepaste vorm.

Opleidingen die meer competentiegerichte beroepsprofielen ontwikkelen, bieden meer ruimte voor flexibele eindkwalificaties dan opleidingen die ‘enge eindtermen’ kennen. Het instellingsbestuur bepaalt wat er in de OER wordt vastgelegd. Via medezeggenschapsorganen kunnen studenten en medewerkers van een instelling dit proberen te beïnvloeden.

link naar het begin van de pagina

4. Alternatieve manieren van college volgen
De Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) geeft globale mogelijkheden om te overleggen over de wijze van onderwijs volgen en tentamens afleggen. Met aantekeningen van medestudenten en van de docenten kan een alternatief worden gevonden, aangevuld wellicht met extra studieliteratuur. Veel informatie voor de thuiszittende student kan op het blackboard worden gezet. De gesproken tekst van de docent opnemen.

link naar het begin van de pagina

5. Vervangende opdracht, compensatie door ander vak, alternatief voor practica, veldwerk of stage
De info is niet hard. Het zal in overleg moeten, maar alternatieven kunnen heel creatief worden benut; de WHW is hierin wel behulpzaam door zaken niet te rigide vast te leggen waardoor maatwerk mogelijk wordt. Ook de “ruimte” in de (kern)kwalificaties en eindtermen zullen onderwerp van gesprek zijn.

Ook alternatieve toetsing moet deel uitmaken van het studieplan dat de student samen met de studieadviseur/-coördinator en/of studentendecaan moet maken. Vervangende opdracht kan zijn: een individueel werkstuk maken; een literatuurstudie doen, een tentamen in een verwant vak afleggen. Bij practica(toetsen) is een mogelijk alternatief, dat de student de handelingen niet zelf uitvoert maar aan een medestudent opdraagt.

5.1 Stages
Stages vinden binnen diverse fasen van een opleiding plaats. Net als bij practica/veldwerk is het van belang om alles te weten te komen over aard, duur en noodzaak van het volgen van een stage. Een vroegtijdige bekendmaking en voorbereiding van de stage voorkomt problemen tijdens die periode.
Misschien bestaat de behoefte aan een intensievere vorm van begeleiding, zowel vanuit de stageverlenende instelling als vanuit de opleiding. Als hulp nodig is, moeten beide instellingen dat zo vroeg mogelijk weten. Denk hierbij aan aanpassingen van het gebouw van de stage, aanschaf van computeraanpassingen, omzetting van informatie van de stage-instelling in aangepaste leesvorm en alternatieven voor groepswerk. Vergeet niet het regelen van vervoer en het maken van afspraken over de ‘werktijden’. Soms ligt de oplossing in het spreiden van de stage in meerdere perioden of het aanbieden van een vervangende stage. Als de opleiding tijdig op de hoogte is, is de medewerking vaak groot om noodzakelijke en geschikte aanpassingen te realiseren. Een speciale positie wordt ingenomen door het zogenaamde ‘duale onderwijs’, waar theoretisch onderwijs en praktijkperioden elkaar afwisselen.

link naar het begin van de pagina

6. Aanpassing Studierooster
Dit moet de student regelen met de studieadviseur/-coördinator. Samen moeten zij een studieschema opstellen dat realistisch is en dat vakken behelst die samenhang vertonen. Er moeten uiteraard geen vakken in het studierooster worden opgenomen die kennis veronderstellen uit een eerder gegeven vak dat nog niet gevolgd is als gevolg van de aanpassing.

link naar het begin van de pagina

7. Recht op ontheffing aanwezigheidsplicht
Dit moet de student bespreken met zijn/haar studieadviseur/-coördinator. Als compensatie kan gedacht worden aan een extra onderdeel bij tentamen of een kort werkstuk.

link naar het begin van de pagina

8. Toegankelijkheid lesmateriaal :
Op grond van WHW art 7.34 lid 1a, b, c en d. heeft iedere student recht op deelname aan het onderwijs, dus moet het lesmateriaal toegankelijk zijn; ook de WGBh/cz maakt dat noodzakelijk om niet ongelijk behandeld te worden. Afspraken maken (overleg) met studieadviseur/-coördinator.

link naar het begin van de pagina

9. Recht op studiebegeleiding en dienstverlening door studentendecaan: De student kan gebruik maken van de diensten van een studentendecaan (WHW art 7.34 lid 1d). De studentendecaan adviseert, begeleidt en verleent hulp aan individuele studenten bij studieproblemen en problemen van persoonlijke aard voor zover daardoor de studie wordt beïnvloed. Het werk van de studentendecaan heeft een vertrouwelijk karakter.

De student heeft recht op studiebegeleiding (WHW art 7.34 lid e). Studiebegeleiding, veelal verzorgd door een studieadviseur/ mentor/ studieloopbaanbegeleider, omvat begeleiding en advies bij de studievoortgang. Studenten met een functiebeperking hebben geen recht op bijzondere zorg met betrekking tot studiebegeleiding. Dit in tegenstelling tot ‘studenten die behoren tot een etnische of culturele minderheid waarvan de deelname aan het hoger onderwijs in betekende mate achterblijft bij de deelname van Nederlanders die niet behoren tot een dergelijke minderheid’.

Onderscheid tussen studenten is verboden bij het verlenen van toegang tot en het geven van loopbaanoriëntatie en beroepskeuzevoorlichting (WGBh/cz art 6).

link naar het begin van de pagina

10. Recht op rekening houden met persoonlijke omstandigheden bij weging van de studieresultaten
De onderwijsinstelling is verplicht bij het uitbrengen van studieadvies in de propedeutische fase en verwijzing in de postpropedeutische fase rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de student. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke persoonlijke omstandigheden het instellingbestuur in zijn beoordeling betrekt (WHW art 7.8b lid 3; art 7.9 lid 3)

In de praktijk wordt het hebben van een functiebeperking gezien als een persoonlijke omstandigheid waarmee rekening wordt gehouden bij weging van de studieresultaten. Overleg met de studieadviseur of studiecoördinator. Deze kan het aankaarten bij de examencommissie.
Als de student een Bindend Afwijzend Studieadvies (BAS) heeft gekregen en hij/zij meent dat dit als gevolg van de handicap een onjuiste beslissing is, dan kan de student bezwaar aantekenen bij het College van Beroep voor de Examens.

link naar het begin van de pagina

11. Recht op financiële voorzieningen bij studievertraging
Uitgezonderd de regeling ‘afstudeersteun’ worden alle hieronder genoemde vormen van tegemoetkoming toegekend door de Informatie Beheer Groep (IB-Groep). Aanvraag geschiedt met het formulier ´ Verzoek om een voorziening prestatiebeurs bij arbeidsongeschiktheid of bijzondere omstandigheden´, dat bij de studentendecaan te krijgen is. Wanneer de diplomatermijn van 10 jaar niet wordt gehaald, kan de student de diplomatermijn bij de IB-Groep aanvragen met de tijd die de vertraging heeft geduurd.

Extra jaar studiefinanciering (IB-Groep)
Als de student vertraging in de studie oploopt als gevolg van een handicap, chronische ziekte of dyslexie, kan hij/zij een extra jaar prestatiebeurs aanvragen. De studentendecaan van de onderwijsinstelling vult hiervoor een verklaring in, die samen met een medische verklaring de basis vormt voor een beoordeling door de Informatie Beheer Groep.

Afstudeersteun (onderwijsinstelling)
Bij studievertraging ten gevolge van een functiebeperking, kan de student bij de onderwijsinstelling een aanvraag voor afstudeersteun indienen. Hiervoor moet hij/zij contact opnemen met de studentendecaan. De hoogte van de afstudeersteun heeft het niveau van de studiefinanciering van de IB-Groep (basisbeurs plus eventueel aanvullende beurs). Elke universiteit of hogeschool heeft een regeling voor financiële compensatie. Bij deze regeling is het van groot belang dat de student studievertraging direct meldt bij de studentendecaan. Afstudeersteun kan hij/zij ontvangen naast het jaar extra studiefinanciering van de IB-Groep.

Tijdens studie arbeidsongeschikt
Wanneer de student tijdens de studie voor 80 procent of meer arbeidsongeschikt wordt, kan de gehele prestatielening door IB-Groep omgezet worden in een gift. Dat geldt ook, wanneer deze situatie zich ná het eerste jaar van de studie voordoet.

30-jarigen maatregel ( IB-Groep)
Is de student begonnen met studeren voor zijn 30-ste en hij op zijn 30-ste nog studiefinancieringrechten, dan blijven deze geldig tot uiterlijk zijn 34-ste levensjaar. Voorwaarde is dat hij de studiefinanciering na zijn 30-ste niet onderbreekt. Wanneer in geval van een handicap of ziekte de studiefinanciering onderbroken wordt en de student daardoor boven de leeftijdsgrens van 30 jaar terecht komt, vervalt het recht op studiefinanciering niet. (art.2.3, lid 4)

Recht op verlenging diplomatermijn van de Wet op de Studiefinanciering (WSF 2000).
Wanneer de student door bijzondere omstandigheid van tijdelijke aard de diplomatermijn (van 10 jaar) niet haalt, heeft hij/zij recht op verlenging van de termijn met de duur die de vertraging heeft geduurd (WSF 2000 art 5.16 lid 1). De aanvraag en de uitkering verlopen via de IB-Groep.

Recht op nieuwe studiefinanciering voor een nieuwe studie (IB-Groep)
Wanneer de student gedwongen is te stoppen met een studie vanwege een tijdens de studie ontstane handicap, een verergerende handicap of chronische ziekte, heeft hij/zij recht op nieuwe studiefinanciering voor een studie die wel past binnen zijn/haar mogelijkheden (WSF art. 5.16 lid 3). Om voor deze v angnetconstructie in aanmerking te komen heeft de student een medische verklaring en een verklaring van de onderwijsinstelling nodig. De gehele prestatielening voor de afgebroken studie wordt omgezet in een gift. De aanvraag verloopt via de IB-Groep.

link naar het begin van de pagina

12. Aangepaste Studentenhuisvesting
WVG/ fokuswonen
In sommige studentensteden is via studentenhuisvesting aangepaste huisvesting beschikbaar. Als de student geen aangepaste huisvesting nodig heeft, maar hij/zij heeft wel een functiebeperking, dan kan de student soms voorrang krijgen op de wachtlijst.
In een aantal gevallen kan de student terecht bij de afdeling huisvesting van de gemeente. Verder bestaan er zogenaamde Fokusprojecten. Dit is zelfstandig wonen en op maat ondersteuning van Activiteiten Dagelijks Leven (ADL) krijgen vanuit een centraal punt dichtbij het huis. Voor meer informatie kijk op www.fokuswonen.nl
Voor aanpassingen in de woning kan de student bij de gemeente een beroep doen op de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG). Voor aanpassingen in een onzelfstandige woonruimte zoals een studentenflat, geldt de WVG niet.
Om zelfstandig te kunnen wonen is soms hulp in de ADL (Activiteiten Dagelijks Leven) zoals wassen, aankleden of bij huishoudelijke activiteiten nodig. Deze hulp is te realiseren via de Thuiszorg of d.m.v. een Persoons Gebonden Budget (PGB). Voor meer informatie kijk op www.pgb.nl

link naar het begin van de pagina

13. ADL in onderwijsinstelling
Wanneer de student grote delen van de dag in de onderwijsinstelling moet zijn, is misschien assistentie nodig bij een aantal Activiteiten Dagelijks Leven, zoals eten, toiletgebruik of het aan- en uittrekken van de jas.
Bij toiletgebruik kan een professional van de Thuiszorg uitkomst bieden. Deze komt dan uit de plaats waar de onderwijsinstelling zich bevindt. Dit heet hulp op verzoek of hulp op vastgestelde tijden. Financieel kan dit geregeld worden via het Persoons Gebonden Budget (PGB). www.pgb.nl, onderdeel van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

link naar het begin van de pagina

14. Aangepast vervoer .
Wet REA
De wet REA (Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten) biedt de mogelijkheid van een alternatieve vervoersvoorziening. Zoals: een bruikleenauto, scootmobiel, een kilometervergoeding of een (rolstoel) taxivergoeding.
De wet REA vergoedt inzake het vervoer alleen aanvullend. Alleen de extra kosten die worden gemaakt als gevolg van de functiebeperking komen voor vergoeding in aanmerking. Van de kilometervergoeding of de vergoeding van (rolstoel)taxi worden altijd de kosten van het openbaar vervoer afgetrokken als eigen bijdrage. Heeft de student recht op een OV-studentenkaart, dan wordt van de vervoerskostenvergoeding géén kosten OV afgetrokken, omdat via de studiefinanciering al voor de OV-studentenkaart wordt betaald.
De vergoeding voor de kosten van een (rolstoel)taxi moet ieder jaar voor aanvang van het nieuwe cursusjaar worden aangevraagd. Wanneer de student al via de wet REA een vervoersvergoeding voor het onderwijs krijgt, dan kunnen ook de overige vervoerskosten (die niet noodzakelijk zijn voor het volgen van onderwijs)via de wet REA worden vergoed, tot een vastgesteld maximum.
Als de vervoerkosten voor onderwijs niet worden vergoed door het UWV, dan kunnen de kosten via ‘overige vervoerskosten’ worden toegekend via de WVG (Wet Voorzieningen Gehandicapten). De WVG wordt uitgevoerd door de gemeente waar de student staat ingeschreven.

link naar het begin van de pagina

15 Wajong-uitkering
Als de student een voltijd-studie volgt en studiefinanciering of afstudeersteun ontvangt, kan hij/zij een Wajong-uitkering aanvragen. De Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen Jonggehandicapten (Wajong) voorziet in een uitkering op minimumniveau. Tot z’n dertigste kan de student deze uitkering aanvragen. De student komt hiervoor in aanmerking als hij:

  • op de dag dat hij 17 jaar wordt arbeidsongeschikt is;
  • pas nadat hij 17 jaar is geworden arbeidsongeschikt raakt en in het jaar daarvoor tenminste zes maanden heeft gestudeerd.

Voor studenten geldt dat de Wajong onafhankelijk van de studiefinanciering is. De student heeft dus óók recht op studiefinanciering. Door de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) wordt de wajonguitkering wel gezien als inkomen. Wanneer een jaarlijks vast te stellen inkomensgrens wordt overschreden, heeft de student in dat kalenderjaar geen recht meer op studiefinanciering.

Als een student die grens dreigt te overschrijden, kan hij het best zijn studiefinanciering voor de rest van het kalenderjaar stopzetten en de OV-kaart inleveren. (Let op: de IB-Groep zet uit zichzelf de studiefinanciering nooit stop! In geval van overschrijding van de inkomensgrens vordert de IB-Groep het overschreden bedrag terug, tot een maximum van de genoten studiefinanciering en de waarde van de OV-kaart uit het kalenderjaar.) Stel aan het begin van het nieuwe kalenderjaar de studiefinanciering weer in werking.

Zodra de student voor een stage of een studie langer dan drie maanden naar het buitenland gaat, vervalt het recht op een Wajong-uitkering. De student moet altijd voor vertrek het UWV melden dat hij/zij langere tijd naar het buitenland gaat. Zodra men terug is in Nederland kan de uitkering weer worden ontvangen.

Het is mogelijk om met het UWV te overleggen of de hardheidsclausule kan worden toegepast zodat de student langer dan drie maanden in het buitenland kan blijven mét behoud van de Wajong-uitkering.

De Wajong-aanvraag
De aanvraag loopt via het dichtstbijzijnde UWV-kantoor van de gemeente waar de student staat ingeschreven. De student moet zich binnen dertien weken na het begin van de arbeidsongeschiktheid bij het UWV melden. Als de student vóór z’n 17 e verjaardag arbeidsongeschikt was, moet hij dat melden binnen dertien weken na de 17 e verjaardag. Voor de Wajong geldt een wachttijd van 52 weken na het begin van de arbeidsongeschiktheid.

link naar het begin van de pagina

16. Recht op aangepast diploma. Een diploma moet natuurlijk altijd “volwaardig” zijn. Er zitten altijd, zoals dat heet, civiele rechtsgevolgen aan vast. Dat betekent dat als de student geen volwaardig diploma kan behalen als gevolg van de functiebeperking (niet voldoende gekwalificeerd), hij/zij alleen certificaten kan krijgen voor de onderdelen van het eindexamen waarvoor een voldoende is gescoord.

De onderwijsinstelling, in casu de examencommissie van de opleiding, is verplicht aan te geven op grond waarvan overgegaan kan worden tot het uitreiken van een getuigschrift, dan wel het afgeven van verklaringen voor het met goed gevolg afleggen van tentamens (WHW art 7.11 lid 1 en 2).

De onderwijsinstelling is verplicht in de onderwijs- en examenregeling (OER) van de opleiding vast te stellen ‘de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student bij het beëindigen van de opleiding moet hebben verworven, en waar nodig de inrichting van praktische oefeningen’ (WHW art 7.13 lid 2c en 2d). De opleiding formuleert dit veelal in de vorm van kernkwalificaties, beroepskwalificaties, competentieprofielen.

Voor een aantal (vooral) medische beroepen liggen de beroepsvereisten vast bij wet (WHW art 7.6). Voor sommige beroepen zijn de beroepsvereisten vastgelegd in specifieke wetten, zoals de Wet op de registeraccountants.

link naar het begin van de pagina